Historie

van Onderling Genoegen

oglogoIn 1972 hebben Dik van Tilborg en Jo van Noorloos een gesprek gehad met een aantal mannen die wij de grondleggers van ons koor mogen noemen. Deze gesprekken heeft Dik op cassette opgenomen. In het kader van ons 75-jarig bestaan leek het ons als redaktie van Koorklanken leuk om deze cassettes af te luisteren en de tekst op papier te zetten om zo de historie voor iedereen die daar interesse voor heeft te bewaren, vooral voor het nageslacht, hoe belangrijk dit is hebben we kunnen zien bij de expositie die opgezet was in Tavenu bij het 75-jarig jubileum. De commissie heeft ontzettend veel werk gehad om alles bij elkaar te zoeken, vooral omdat er in het verleden door verschillende oorzaken veel verloren is gegaan Op de cassettes zijn de stemmen te horen van Jo Lievaart, Aart van Andel, Kees van der Stelt, Drik Kamp en uiteraard Dik en Jo, die proberen de gesprekken in goede banen te leiden want er wordt nogal flink gehoest en door elkaar gepraat. Om alles goed na te trekken heb ik notulen moeten lezen van de secretaris en van de penningmeester, daar gaat heel veel tijd in zitten en om dat op papier te zetten is dikwijls niet eenvoudig.

Wij moeten ons voor stellen dat er in 1922 voor de jeugd totaal niets te doen was, ik bedoel dan voornamelijk de wat oudere jeugd en vooral de mannen van 16 jaar en ouder, die hun vertier zochten op zaterdag in het enige café dat Nieuwendijk rijk was, nl. dat van Merien van den Heuvel. Als die hele club daar bij elkaar was werd er na de nodige borrels dikwijls flink gezongen totdat men op het lumineuze idee kwam om een mannenkoor op te richten.

1922 – 1923

Op 16 september 1922 kwam men onder leiding van H. Tolenaars voor het eerst bij elkaar en op deze vergadering gaven 17 personen zich op om lid te worden van een Mannenkoor, er werd een voorlopig bestuur benoemd bestaande uit: H. Tolenaars, W. de Graaf,

  1. Branderhorst en H. Groenevelt.

Bij de oprichting zijn vooral betrokken geweest de families de Rade, v.d. Stelt, de Graaf en Tolenaars. Een naam moest verzonnen worden maar dat was geen probleem want onder elkaar was het een onderling genoegen op zaterdag in het café, dus de naam werd u raadt het al ‘Onderling Genoegen’ en dat genoegen onderling kennen wij tot op heden nog steeds.

Er werd afgesproken om op de volgende zaterdag om 18.00 te vergaderen.

Op zaterdag 22 september 1922 opende H. Tolenaars de vergadering met een woord van dank voor de opkomst der leden die zich ‘den vorigen zaterdag hadden opgegeven’.

De voorzitter leest het reglement voor waar alle leden mee instemden en onveranderd worden goedgekeurd, vervolgens werd er een bestuur gekozen. Na 3 stemrondes was het bestuur compleet. Het eerste rechtsgeldige bestuur van Onderling Genoegen bestond uit: H. Tolenaars, voorzitter, W. H. de Graaf, secretaris, Joh. de Graaf, penningmeester,  S. Branderhorst en M. Monshouwer bestuursleden. Er werd besloten om de Heer P. C. Koekkoek uit Almkerk tot Dirigent, in die tijd Directeur, te benoemen en te repeteren in het Instituut op zaterdag van 17.30 tot 19.30 uur. De contributie werd vastgesteld op

25 cent per week en het inschrijfgeld bedroeg 1 gulden, de Directeur kreeg 3 gulden per repetitie. Bezoekers die de vergadering kwamen bezoeken om daarna wel of geen lid te worden moesten 10 cent per

avond betalen. Op deze avond gaven zich 4 mannen als nieuwe

leden op.

Op zaterdag 30 september 1922 was de eerste echte zangrepetitie,

in die tijd vergadering genoemd, 22 mannen waren aanwezig, de Directeur wees er op dat het in het begin moeilijk zou zijn voor de leden maar ook voor hem, maar als alle leden hun best zouden doen zou het volgens hem wel gaan. Nadat hij de stemmen per partij bij elkaar had gezet begonnen ze met zingen en het eerste lied heette ‘Avondkoor’, het enige instrument wat ze hadden was een stemfluitje, er werd gezongen op cijfernoten en als dat goed was werd de tekst ingestudeerd. Aan het einde van de eerste repetitie zei de Directeur voor hij wegging dat ieder zijn best moest doen en zijn eigen niet teveel met praatjes op moest houden. Ik heb dat weleens meer gehoord.

Van iedere vergadering werden notulen gemaakt en als na het zingen de Directeur vertrokken was werden de notulen van de vorige vergadering voorgelezen en na goedkeuring ondertekend.

Als U goed gelezen hebt  was de eerste bijeenkomst op zaterdag de 16de, de tweede bijeenkomst op zaterdag de 22ste en de eerste zangrepetitie op zaterdag 30 september, dus de oprichtingsdatum is of 16, of 23 september 1922.

Later bij het 12½ bestaan wordt 16 september aangehouden en wij houden 22 september 1922 als oprichtingsdatum, deze datum staat ook op ons vaandel dat vooral als aandenken bewaard moet blijven.

Op 7 oktober 1922, na 2 keer geoefend te hebben, kwam er al een uitnodiging om mee te doen aan een concours van de zangvereniging ‘Eendracht maakt macht’ uit Arkel, dit werd toch maar als kennisgeving aangenomen.

Op 14 oktober 1922 was het leden aantal gegroeid tot 31 man en werd er een ledenstop ingevoerd, tot nu toe moesten de mannen tijdens de vergadering blijven staan maar daar kwam verandering in want voor 3 gulden per jaar mochten de banken van de muziekvereniging gebruikt worden.

Op 28 oktober 1922 werden de reglementen uitgedeeld die ieder lid moest nemen tegen betaling van 13 cent per stuk. Ook werd begonnen aan het tweede lied nl. ‘Herderszondagslied’, besloten werd dat wanneer iemand in militaire dienst moest, de contributie 10 cent per week werd.

Men had in het dorp alleen het Instituut voor vergaderingen en uitvoeringen daarom moest de vergadering van OG dikwijls vroeger beginnen om plaats te maken voor de diverse aktiviteiten.

Op 25 november 1922 werd aan het derde lied begonnen nl. ‘In Nederland’, op deze vergadering werd gevraagd of er iets geregeld kon worden voor diegene die naar de catechisatie wilde gaan, het bestuur nam het besluit om naar de Dominee en de Kerkeraad te gaan om te vragen of de catechisatie op een andere tijd gehouden kon worden, hoe dit gesprek verlopen is wordt jammer genoeg niet verhaald.

Op 9 december 1922 werd de ledenstop opgeheven en gehuwde mannen die lid willen worden krijgen korting, het inleggeld wordt voor hun 50 cent en de contributie 10 cent per week.

Samen met andere verenigingen kan nu ook gebruik gemaakt worden van een orgel, dat net als het Instituut eigendom is van A. J. den Dekker, de huur van het orgel bedraagt f 5,- per drie maanden, dus vanaf die tijd had men begeleiding en werd het zingen wat gemakkelijker, vooral omdat het aantal zangers in aantal iedere week verschillend was.                                                                                                                             Door hun werk buitenaf waren sommige mensen in het uiterste geval wel vier weken van huis, dus dan was er soms maar 1 tenor of maar 1 bas en wij weten wat dat voor problemen geeft.                                                                                                                                             Het was de gewoonte dat de penningmeester zijn verslag per drie maanden aan de vereniging presenteerde en daarna werd door de voorzitter twee man aangewezen die de boeken moesten gaan controleren en op de eerstvolgende vergadering moesten zij verslag doen. Na de eerste drie maanden waren de inkomsten f 112,42 en de uitgaven f 57,77 dus was er een batig saldo van f 54,65, besloten werd om de Directeur f 5,- extra te geven.

Op 3 februari 1923 werd besloten om de contributie te verlagen tot 15 cent en op 17 februari wilde het bestuur weer naar 25 cent maar de meerderheid was tegen, ook wilde het bestuur dat ieder lid 50 cent zou bijdragen aan de nieuwe mappen, die 85 cent per stuk kosten, hier was de meerderheid ook tegen dus de mappen werden uit de kas betaald.

Op 18 augustus 1923 werd de contributie weer verhoogd naar 25 cent en als men zonder te melden weg bleef van de vergadering moest 10 cent boete betaald worden.                                                                                                                                                                          Op 22 september 1923 werd de eerste jaarvergadering gehouden maar er werd zoals altijd eerst gerepeteerd. Op iedere jaarvergadering werd bestuursverkiezing gehouden en na stemming werd

  1. Tolenaars, voorzitter, W. H. de Graaf, secretaris, Joh. de Graaf, penningmeester, W. de Graaf en Joh. Lievaart bestuursleden. De penningmeester presenteerde de cijfers van het eerste jaar en het batig saldo bedroeg f 21,77 en een halve cent.